LUchtvaart Nationaal Antwerpen Kempen
LUNAK

GESCHIEDENIS VAN HET LUCHTRACEN
Deel 7 (Lange afstandsraces II)
In deel 6 van de serie “Geschiedenis van het luchtracen” hebben we ons toegespitst op wat naar alle waarschijnlijkheid de grootste en bekendste lange-afstandsrace uit de gehele luchtvaarthistorie is, de Melbourne Race uit 1934. In dit deel gaan we dieper in op 2 andere lange-afstandswedstrijden uit het midden van de dertiger jaren van de 20e eeuw die echter een veel kleinere weerklank vonden en nu grotendeels vergeten zijn.
Begin 1936 startte de Britse Royal Aero Club met de organisatie van een luchtrace tussen Portsmouth in Groot-Brittannië en Johannesburg, Zuid-Afrika. De grote promotor en sponsor van deze wedstrijd was de Zuid-Afrikaanse business tycoon Isidore William Schlesinger (1871-1949). De race, welke zou doorgaan in september 1936, moest tevens ook als promotie dienen voor de Empire Exhibition welke zou openen in Johannesburg op 15/09/1936.
De vliegwedstrijd werd in grote lijnen gebaseerd volgens hetzelfde concept als de Melbourne race van 1934. Er waren eveneens 2 categorieën gepland, een zuivere snelheidsrace en een handicaprace. Aan beide onderdelen was een prijs van 5.000 pond verbonden voor de winnaar, met dien verstande dat elke deelnemer slechts in 1 categorie kon inschrijven. Daarmee eindigde wel de gelijkenis met de succesvolle Melbourne Race. Schlesinger maakte immers één fatale fout in zijn wedstrijdreglement. In tegenstelling tot de vorige wedstrijd werd de deelname aan de Schlesinger Race beperkt tot piloten afkomstig uit Groot-Brittannië en het Britse Gemenebest. Tevens dienden alle piloten gebruik te maken van een in Groot-Brittannië gebouwd vliegtuig. De schrik om opnieuw, zoals in 1934, voor een groot deel overtroefd te worden door buitenlanders met gewone Amerikaanse verkeersvliegtuigen als de Boeing 247 en de Douglas DC-2 speelde allicht een belangrijke rol in deze beslissing..
Door deze ietwat bizarre beperkingen werden in totaal slechts 14 inschrijvingen genoteerd. Het winnende team van de Melbourne race, Charles Scott en Tom Campbell Black, waren beide onder de deelnemers maar deze keer in verschillende vliegtuigen (Campbell Black solo in een Percival Mew Gull, Scott samen met Giles Guthrie in een Vega Gull). De wedstrijd zou onder een slecht gesternte starten. Campbell Black kwam op 19 september om het leven bij een botsing tijdens het taxiën op het vliegveld van Liverpool tussen zijn Mew Gull en een RAF Hawker Hart tweedekker.
Op 29 september 1936 stonden er uiteindelijk slechts 9 deelnemers aan de startlijn in Portsmouth. In tegenstelling tot de Melbourne race waren er geen vooraf vastgelegde landingsplaatsen onderweg voorzien zodat elke deelnemer vrij was om zijn traject vast te leggen. 2 van de deelnemers geraakten niet eens buiten Europa daar zij reeds in Regensburg (Duitsland) en Belgrado met technische problemen uitvielen. De overige 7 bereikten Cairo maar dat was meteen het eindpunt van een derde deelnemer. De 6 overlevende toestellen begonnen van daaruit de tocht over Egypte, Soedan, Kenia en Rhodesië maar nog eens 5 onder hen zouden onderweg uitvallen. Het zwaarste ongeval gebeurde toen een tweemotorige Airspeed Envoy crashte bij de start in Abercorn (in het noorden van het toenmalige Rhodesië, het huidige Zambia) waarbij 2 inzittenden om het leven kwamen.
Uiteindelijk slaagden Scott en Guthrie er als enigen in om op 1 oktober de eindstreep in Johannesburg te bereiken. Met hun Vega Gull G-AEKE legen ze de afstand van 9.904 km af in 52 h 56’ 48” (gemiddelde snelheid 187,054 km/u). Zij landden op een bijna totaal verlaten vliegveld want het aanwezige publiek was het wachten al lang moe en dus huiswaarts gekeerd. Uiteindelijk ontvingen de winnaars slechts een cheque van 4.000 pond. Het resterende bedrag werd verdeeld onder de weduwen en kinderen van de beide in Abercorn omgekomen bemanningsleden. Het is dus uiteindelijk niet verwonderlijk dat iedereen deze luchtrace zo snel als mogelijk wou vergeten.
Een tweede lange-afstandsrace welke met veel poeha werd aangekondigd maar uiteindelijk in de vergetelheid geraakte ging door in 1937. Ter gelegenheid van de 10e verjaardag van de vlucht van Charles Lindbergh in 1927 lanceerde de Aéro Club de France voor mei 1937 de organisatie van een internationale luchtrace tussen New York en Parijs. Dit was echter buiten de Amerikaanse civiele luchtvaartautoriteiten gerekend. In die tijd kende het luchtverkeer in de States immers een spectaculaire groei (grotendeels te danken aan de introductie van moderne passagiersvliegtuigen als de Douglas DC-3). De angst dat de race gepaard zou gaan met dodelijke ongevallen en dus een negatieve invloed zou hebben op het Amerikaanse publiek was dan ook niet meer dan normaal en was de hoofdreden voor de Amerikaanse terughoudendheid. Er werd uiteindelijk geen toestemming gegeven om de race in New York van start te laten gaan. Ter vervanging planden de Fransen dan maar een wedstrijd welke geheel op Frans grondgebied zou doorgaan. De start zou gebeuren op Istres (Marseille) waarbij een non-stop vlucht naar Damascus (in het toenmalige Franse mandaatgebied Syrië) moest worden afgelegd. Na een verplichte tussenstop van 2 uur mocht de terugvlucht naar Le Bourget (Parijs) met zelf te kiezen tussenlandingen worden afgelegd. De totale afstand van de race (6.190 km) was iets langer dan de afstand welke Lindbergh 10 jaar eerder non-stop had afgelegd (5.809 km). In tegenstelling tot de beide vorige afstandsraces was het ditmaal een zuivere snelheidswedstrijd waarbij een prijs van 1,5 miljoen Franse Frank was voorzien voor de winnaar(s).
Op 20 augustus 1937 stonden een totaal van 13 teams startensklaar op het vliegveld van Istres. Er waren 4 Franse teams met 4 verschillende vliegtuigtypes (2 met viermotorige toestellen, de Bloch 160 en de Farman F.223.1, en 2 met een tweemotorige Bréguet 470 Fulgur en een eveneens tweemotorige Caudron C-641 Typhon). Het enige Britse team (de RAF-piloten Arthur Clouston en George Nelson) vlogen met de beroemde De Havilland DH88 Comet G-ACSS (de winnaar van de Melbourne race uit 1934). De grootste delegatie kwam echter uit Italië. De Italiaanse leider Benito Mussolini zag hier weer eens een gelegenheid om de grootsheid van het fascistische Italië aan de wereld te presenteren. Niet minder dan 8 Italiaanse teams namen de start; 6 hiervan vlogen met de toen heel moderne driemotorige middelzware bommenwerper Savoia-Marchetti SM-79 terwijl 2 andere teams de eveneens nieuwe Fiat BR-20 (een tweemotorige bommenwerper) gebruikten. Zowel de Italiaanse als de Franse deelnemers ontvingen de nodige ondersteuning van hun respectievelijke regeringen; het Britse team daarentegen was volledig op zichzelf aangewezen.
Alle deelnemers werkten de directe vlucht naar Damascus zonder grote problemen af. Daar gearriveerd haakten de Franse Caudron en één van de SM-79’s met technische problemen af. Van de 11 terug vliegers viel de Farman F.223.1 uit in Belgrado terwijl 3 Italianen de wedstrijd stopten in Venetië (2) en Pola De wedstrijd werd uiteindelijk een overdonderend succes voor de Italiaanse deelnemers welke in Parijs op de eerste drie plaatsen beslag legden (alle op SM-79’s). Het winnende team (Raniero Cupini/Amadeo Paradiso) legde het volledige traject af in 17h 32’ 05” (353,014 km/u). De nummers 2 en 3 deden slechts 25 en 32 minuten meer over de afstand. De enige Britse deelnemers eindigden als vierde op ongeveer anderhalf uur. Een tegenslag voor de Italiaanse Duce was wel dat de SM-79 waarin zijn zoon Bruno copiloot was slechts als derde de finish bereikte. Vooral voor Frankrijk was het resultaat ontgoochelend daar ze zich met een 5e en 7e plaats moesten tevreden stellen. Dit toonde duidelijk aan dat de glorieperiode van de Franse luchtvaart definitief tot het verleden behoorde.
Van de deelnemende vliegtuigen aan deze beide races zijn er weinig of geen bewaard gebleven. Wat de Schlesinger Race aangaat zijn er op dit moment geen Vega Gull’s meer vliegwaardig (er werden er een 90-tal gebouwd). Van de Mew Gull vliegen er op heden nog 2 (waarvan 1 replica). Uiteraard is de DH88 Comet nog steeds actief bij de Shuttleworth Collection op Old Warden (zoals reeds vermeld in ons vorige deel van deze serie). Van de Savoia-Marchetti SM-79 (de bekendste en meest gebouwde Italiaanse bommenwerper uit WO II) zijn nog 2 exemplaren bewaard gebleven in Italiaanse musea (één in het Italiaanse Luchtmacht museum in Vigna di Valle, Lazio en een tweede in het Gianni Caproni luchtvaartmuseum in Trento, Noord-Italië).
(Tekst: Marc Van Ryssel - Profieltekeningen : Guido Van Roy)
Klik op de foto hierna en bekijk de prachtige profieltekeningen die Guido maakte om de toestellen die vernoemd werden in dit artikel visueel voor te stellen.
