LUchtvaart Nationaal Antwerpen Kempen
LUNAK

GESCHIEDENIS VAN HET LUCHTRACEN
Deel 6 (Lange afstandsraces I)
In de vorige afleveringen (zie Deel 5 en vorige) van onze serie over de geschiedenis van het luchtracen hebben we het steeds gehad over wedstrijden over een gesloten circuit waarbij de deelnemers één of meer omlopen van dit gesloten circuit dienden af te leggen. In de 2e helft van de dertiger jaren werden er echter een drietal echte lange-afstandsraces ingericht. De oudste van dat drietal wordt op heden, meer dan 90 jaar na de organisatie, nog steeds beschouwd als de grootste luchtrace uit de geschiedenis van de luchtvaart.
In 1934 vierden de Australische deelstaat Victoria en de hoofdstad van die staat, Melbourne, hun eeuwfeest. Als onderdeel van deze festiviteiten kwam de burgemeester van Melbourne met het idee van een luchtrace vanuit het moederland Groot-Brittannië naar Melbourne. Sponsoring werd gevonden bij de Australische industrieel Sir Macpherson Robertson, oprichter en eigenaar van het confiserie- en chocoladebedrijf MacRobertson’s Steam Confectionery Works. Hij stelde een prijzenpot van 15.000 pond ter beschikking op voorwaarde dat de race de officiële naam “MacRobertson’s Centennial Air Race” zou dragen en dat de staat Victoria en de stad Melbourne een gouden herinneringsmedaille zou schenken aan elke deelnemer welke het eindpunt bereikte binnen de 16 dagen na de start. De race bestond eigenlijk uit 2 aparte wedstrijden welke gelijktijdig werden gevlogen en alle deelnemers konden aan beide onderdelen deelnemen. Naast een pure snelheidsrace was er ook een handicapsectie. Hierbij kwam het er op aan het traject af te leggen in een tijd welke zo ver als mogelijk onder een voor elke deelnemer vastgelegde handicaptijd zou liggen. Op die manier streed in de handicapsectie elke deelnemer met gelijke kansen. Het prijzengeld werd als volgt verdeeld: 10.000, 1.500 en 500 pond voor de nummers 1, 2 en 3 in de snelheidssectie en 2.000 en 1;000 pond voor de winnaar en de runner-up in de handicapsectie. Elke deelnemer kon echter maar één prijs winnen.
Alhoewel er in totaal 63 inschrijvingen werden genoteerd kwamen uiteindelijk op 20 oktober 1934 slechts 21 deelnemers aan de start, waarvan er 20 effectief startten.
Tot de grootste favorieten, zeker in de snelheidssectie, behoorden 3 splinternieuwe, door de Britse firma De Havilland gebouwde, lange-afstandsracers. De DH.88 Comet was voor zijn tijd een uitzonderlijk vliegtuig. Het was een tweemotorige laagdekker met 2 zitplaatsen in tandem dat volledig in hout was gebouwd. Innovatief voor die tijd was het intrekbare onderstel, het gebruik van flaps om de landingssnelheid zo laag mogelijk te houden en propellers met verstelbare spoed. Als aandrijving fungeerden 2 De Havilland Gipsy Six R motoren van elk 230 PK welke het vliegtuig een maximumsnelheid van 380 km/u gaven.
De 3 toestellen waren de zwarte G-ACSP “Black Magic”, de groene G-ACSR (naamloos) en de rode G-ACSS ”Grosvenor House”. Andere kanshebbers waren de Amerikaanse Boeing 247D, een modern en geheel metalen tweemotorig passagiersvliegtuig, en een Amerikaanse éénmotorige racer, de Gee Bee R-6H. Uit Nederland kwam de Pander S-4 Postjager, een driemotorig vliegtuig dat ontwikkeld was voor gebruik als snel postvliegtuig. Eveneens uit Nederland kwam de door KLM ingeschreven Douglas DC-2 PH-AJU “Uiver”. Dit laatste vliegtuig, de voorloper van de beroemde DC-3, viel vooral op door het feit dat het naast de vierkoppige bemanning ook nog post en zelfs 3 passagiers vervoerde over het grootste deel van het traject. De rest van de deelnemers vlogen met kleinere sportvliegtuigen zoals de DH.80 Puss Moth, de Miles Falcon of met verouderde militaire tweedekkers zoals de Fairey Fox en IIIF en waren al op voorhand kansloos in de snelheidssectie.
De start van de race was in de vroege uren van 20 oktober 1934 op het militaire vliegveld RAF Mildenhall in Suffolk. Ondanks het vroege vertrekuur waren die dag meer dan 60.000 personen aanwezig op de locatie. De deelnemers vertrokken met tussentijden van 45 seconden. De totale afstand tussen Mildenhall en de aankomstlijn op de Flemington racebaan in Melbourne bedroeg 18.239 km verdeeld over 6 etappes. Er waren onderweg 5 verplichte landingsplaatsen, te weten Bagdad (Irak), Allahabad (India), Singapore, Darwin en Charleville (beiden op het Australische vasteland). Voor de rest waren er geen beperkingen op bijkomende landingsplaatsen onderweg. De eerste etappe naar Bagdad was met 4.107 km de langste terwijl de afstand tussen Charleville en Melbourne slechts 1.273 km bedroeg.
De 3 Comets waren de enige toestellen welke in staat waren het traject Mildenhall-Bagdad zonder tussenlanding af te leggen. De zwarte Comet, gevlogen door het bekende Britse pilotenechtpaar Jim Molllison en Amy Johnson, vloog een perfect parcours en landde als eerste in de Iraakse hoofdstad. De beide andere DH.88’s hadden navigatieproblemen op het laatste deel van het traject (de toestellen hadden geen radio aan boord) en landde het rode toestel respectievelijk in Kirkoek (240 km ten noorden van Bagdad) en het groene in het Iraanse Dezful (verder oostelijk).
Na het bijtanken bereikten ze Bagdad als respectievelijk tweede en zesde. Alle andere deelnemers dienden onderweg al enkele tussenlandingen te maken (de meeste in Rome, Athene en Aleppo). De DC-2, Boeing 247D en de Pander Postjager bereikten in die volgorde Bagdad zonder grote problemen. Op de 1e dag viel reeds de Amerikaanse Gee Bee, gevlogen door Jacqueline Cochran en Wesley Smith, in Boekarest uit wegens een beschadigd hoogteroer.
Op dag 2 bereikte de rode Comet met de piloten Charles Scott en Tom Campbell Black als eersten Allahabad (in het noorden van India) en vloog van daaruit door naar Singapore. Die dag viel echter de “Black Magic” vroegtijdig uit. Na eerdere problemen met het landingsgestel werd bij een tussenlanding minderwaardige benzine getankt waardoor Allahabad op één motor werd bereikt. Reparatie bleek op korte termijn onmogelijk. Ook voor de Postjager betekende Allahabad het einde van de race. Het toestel maakte aldaar een buiklanding waarbij het onherstelbaar beschadigd werd.
De verschillen tussen de resterende vliegtuigen werden alsmaar groter en de ”Grosvenor House” werd niet meer bedreigd. Hoewel ze Darwin bereikten met een defecte motor konden ze na een vlugge herstelling zij het op verminderd vermogen doorvliegen naar Charleville alvorens in de late namiddag van 23 oktober de aankomstlijn in Melbourne te bereiken op paardenrenbaan Flemington Racecourse.
Ze werden opgewacht door een enthousiaste menigte van 20.000 man. Ze deden 70u 54’ over het ganse traject (gemiddelde snelheid 284,5 km/u). De Nederlandse DC-2 was de ganse race zonder echte problemen doorgekomen maar het toestel raakte op het einde verdwaald boven het Australische binnenland en diende in Albury (op nauwelijks 325 km van Melbourne) een noodlanding te maken op een renbaan. Na het uitladen van alle overbodige ballast, waaronder 2 van de bemanningsleden, bereikten Koene Dirk Parmentier en Jan Moll in de loop van 24 oktober Melbourne na 90u 13’. Minder dan 3 uur na hen finishten de Amerikanen Roscoe Turner en Clyde Pangborn met de Boeing 247D op de 3e plaats. In totaal bereikten 9 van de 20 starters de finish binnen de voorziene 16 dagen. 2 anderen bereikten Melbourne uiteindelijk pas op 20 en 24 november, meer dan een maand na de start. Naast hun overwinning in de snelheidsrace haalden Scott en Campbell Black ook de 1e plaats in de handicaprace. Het reglement schreef echter voor dat een team slechts één prijs kon winnen. Daardoor kregen de Nederlanders de hoofdprijs in de handicapsectie. Turner en Pangborn, die enkel voor de snelheidssectie waren ingeschreven, wonnen de 2e prijs voor de groene Comet van Owen Cathcart Jones en Ken Waller. De 2e prijs in de handicapsectie ging naar de Australiër Jimmy Melrose welke als 7e aankwam. Aan de stuurknuppel van een DH.80A Puss Moth was hij de enige finalist welke het ganse traject solo had afgelegd.
De exceptionele resultaten van de Douglas DC-2 en de Boeing 247D toonden de wereld dat de Amerikaanse vliegtuigbouwers een voorsprong hadden genomen op Europa in de ontwikkeling van de burgerluchtvaart. De Boeing verdween na een paar jaren van het vliegtoneel maar de DC-2 en vooral de daaruit ontwikkelde DC-3 gaven de Verenigde Staten een onoverbrugbare voorsprong die na 1945 enkel nog groter zou worden en eigenlijk tot de dag van vandaag aanhoudt. Toch kon ook Groot-Brittannië de vruchten plukken van de inspanningen welke De Havilland met de 3 Comets had gezaaid. In 1938 werd begonnen met de ontwikkeling van een lichte tweemotorige, onbewapende, snelle bommenwerper welke in navolging van de Comets eveneens volledig in hout werd gefabriceerd. Dit vliegtuig, dat in november 1940 voor het eerst vloog, zou uitgroeien tot het meest veelzijdige gevechtsvliegtuig (snelle bommenwerper, fotoverkenner, nachtjager en jachtbommenwerper) van WO II, de beroemde Mosquito.
Van de vliegtuigen welke actief waren in de Melbourne-race zijn er gelukkig nog een aantal voor het nageslacht bewaard gebleven, sommigen zelfs nog in vliegwaardige toestand. De winnaar, de Comet G-ACSS “Grosvenor House” maakt sinds 1987 deel uit van de Britse Shuttleworth Collection en is regelmatig te zien op vliegshows op zijn thuisbasis Old Warden. In Flabob, Californië, bouwde Bill Turner in 1993 een identieke replica (N88XD) welke qua beschildering identiek is aan het origineel. De Boeing 247D van Turner en Pangborn is te zien in het National Air and Space Museum in Washington. De originele PH-AJU “Uiver” crashte op 20 december 1934 in de Iraakse woestijn tijdens een speciale kerstpostvlucht van Amsterdam naar Batavia, de 7 inzittenden kwamen allen om het leven. In 1999 verwierf het Aviodrome op Lelystad een Amerikaans geregistreerde DC-2 (NC39165). Het vliegtuig werd beschilderd in dezelfde kleuren van de originele “Uiver” met de fictieve registratie PH-AJU op de romp en het racenummer 44 op de staart. Het vliegtuig vloog jarenlang op diverse luchtvaartevenementen in Nederland maar staat sinds 2011 aan de grond in de onderhoudshangar op Lelystad. Of het vliegtuig ooit opnieuw zal vliegen is nog een vraagteken.
In de volgende aflevering van onze reeks blikken we terug op 2 andere langeafstandsraces uit de dertiger jaren die om diverse redenen nooit de bekendheid en uitstraling van de Melbourne race zouden benaderen.
(Tekst: Marc Van Ryssel - Foto’s: Raymond De Clercq & Marc Van Ryssel)
Klik op het beeld hierna voor het album bij deze aflevering van de geschiedenis van het luchtracen.
